De ooievaar is veel meer dan het symbool van nieuw leven. Deze grote, opvallende vogel heeft bijzondere eigenschappen die de meeste mensen niet kennen. Zo legt hij elk jaar duizenden kilometers af, bouwt hij nesten die soms honderden kilo’s wegen, en is hij een stuk slimmer dan hij eruitziet. Hieronder vind je de leukste en meest verrassende ooievaar weetjes op een rij.
Basisfeiten: hoe ziet de ooievaar eruit?
De witte ooievaar (Ciconia ciconia) is de bekendste soort in Nederland en België. Hij heeft een witte romp, zwarte vleugelpunten, een lange rode snavel en rode poten. Een volwassen ooievaar is ongeveer 100 tot 115 centimeter lang en heeft een spanwijdte van wel 155 tot 215 centimeter. Dat maakt hem één van de grootste vliegende vogels die je in Nederland kunt spotten. Het gewicht ligt doorgaans tussen de twee en vijf kilogram.
Mannetjes en vrouwtjes zien er vrijwel identiek uit. Je kunt ze alleen onderscheiden aan het gedrag, niet aan de kleur of tekening van het verenkleed.
Trekvogel met een enorme route
De ooievaar is van nature een trekvogel. In augustus trekt hij weg naar het warmere zuiden om te overwinteren, en in het voorjaar keert hij terug naar zijn broedgebied. De trekroute loopt niet zomaar over de zee. Ooievaars vermijden grote watervlaktes, omdat ze afhankelijk zijn van thermiek (warme opstijgende luchtstromen) om te zweven. Ze vliegen daarom via de landengte van Gibraltar of via de Bosporus in Turkije.
De totale trekafstand van Nederland naar West-Afrika (waar veel ooievaars overwinteren) bedraagt al snel 10.000 kilometer of meer, elke kant op. Een ooievaar legt in zijn leven dus gemakkelijk honderdduizenden kilometers af.
Het nest: een bouwwerk van formaat
Ooievaars bouwen grote nesten van takken, gras en ander materiaal, meestal bovenop een schoorsteen, dak, mast of boom. Een nieuw nest weegt al snel tientallen kilo’s. Omdat ooievaars elk jaar terugkeren naar hetzelfde nest en dit uitbreiden, kunnen nesten na verloop van jaren oplopen tot meer dan 500 kilogram. Er zijn zelfs nesten van bijna een meter diep en twee meter breed gevonden.
Het broedpaar gebruikt het nest jaar na jaar. Wie als eerste terug is in het voorjaar, bezet het nest en is in het voordeel. Dat is vaak het mannetje.
Klepperen: de taal van de ooievaar
Ooievaars hebben geen echt zangvermogen. Ze communiceren met een opvallend geluid: ze klepperen met hun snavel. Dat doet de vogel door de bovenste en onderste snavel snel tegen elkaar te slaan. Het geluid klinkt als een snel ratelen. Ze gebruiken dit om een partner te verwelkomen, een indringer te verjagen of te communiceren bij het nest. Het klepperen gaat soms gepaard met het achterover gooien van de kop.
Voeding: alleseter met een voorkeur
De ooievaar eet vrijwel alles wat hij kan vangen. Kikkers, muizen, regenwormen, insecten, slangen, kleine vogels en vissen staan allemaal op het menu. Hij loopt langzaam door graslanden, sloten of ondiepe plassen en pikt zijn prooi op van de grond. Kikkers en muizen zijn veruit de favorieten, omdat die makkelijk te vangen zijn in natte weilanden.
Een interessant weetje: ooievaars volgen soms tractoren die het land ploegen. Ze weten dat er dan wormen en muizen aan de oppervlakte komen. Dit gedrag laat zien hoe aanpasbaar de vogel is aan de aanwezigheid van mensen.
Leeftijd en voortplanting
Een ooievaar in het wild kan 20 tot 35 jaar oud worden. In gevangenschap worden ze soms nog ouder. Het broedseizoen begint in het voorjaar, zodra de vogels terugkeren. Het vrouwtje legt meestal drie tot vijf eieren. Na ongeveer 33 dagen broeden komen de jongen uit. Beide ouders zorgen voor de jongen en brengen voedsel naar het nest.
Jonge ooievaars verlaten het nest na ongeveer 55 tot 65 dagen. Ze worden dan zelfstandig, maar blijven soms nog even in de buurt voordat ze de tocht naar het zuiden maken.
Van bijna uitgestorven naar volop aanwezig
In de tweede helft van de twintigste eeuw ging het slecht met de ooievaar in Nederland. Door de drooglegging van weilanden, het gebruik van pesticiden en de vernietiging van foerageergebied kelderde de populatie sterk. In de jaren tachtig waren er naar schatting nog maar enkele tientallen broedparen over in Nederland.
Dankzij herintroductieprogramma’s, beheer van weilanden en betere wetgeving voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen is de stand sterk hersteld. Tegenwoordig broeden er weer duizenden paren in Nederland en België. De ooievaar is daarmee een succesverhaal op het gebied van soortbescherming.
Overwinteren: niet iedereen trekt nog
Een bijzonder weetje is dat niet alle ooievaars nog trekken. Door de grote hoeveelheid voedsel die beschikbaar is op vuilnisbbelten en in stedelijke gebieden in Zuidwest-Europa (met name Spanje en Portugal), blijven steeds meer ooievaars het hele jaar rond. Ze hebben geleerd dat ze voldoende eten kunnen vinden zonder de gevaarlijke tocht naar Afrika te maken. Dit is een goed voorbeeld van hoe dieren zich aanpassen aan veranderingen in hun leefomgeving.
Ooievaar weetjes voor kinderen
- De ooievaar heeft geen stemspieren zoals zangvogels. Klepperen is zijn voornaamste manier van communiceren.
- Een nest kan na jaren gebruik zo zwaar worden als een kleine auto.
- Ooievaars kunnen slapen terwijl ze op één poot staan. Dit helpt warmteverlies te beperken.
- Ze zweven liever dan dat ze met de vleugels slaan. Dat kost veel minder energie.
- Een groep ooievaars heet een “ooievaarskoppel” of, in een grotere groep tijdens de trek, een “storm van ooievaars”.
- De ooievaar wordt al eeuwenlang gezien als een geluksbrengende vogel. In veel culturen wordt geloofd dat hij geluk brengt aan het huis waarop hij nestelt.
De ooievaar is niet alleen een vertrouwd gezicht in het Nederlandse en Belgische landschap, maar ook een fascinerende vogel met verbluffende eigenschappen. Van zijn enorme trektocht en zijn zware nesten tot zijn slimme aanpassingen aan het leven naast de mens: er is altijd wel een nieuw weetje over de ooievaar te ontdekken.

