De aalscholver is een van de meest herkenbare watervogels van Nederland, en er valt veel meer over te vertellen dan de meeste mensen denken. Zo heeft de aalscholver vleugels die niet waterafstotend zijn, in tegenstelling tot bijna alle andere watervogels. Dat klinkt als een nadeel, maar het heeft een slimme functie. Hieronder vind je de opvallendste aalscholver weetjes op een rij.
De vleugels drogen aan de lucht
Na het duiken staat de aalscholver regelmatig met gespreide vleugels in de zon. Dat is geen toeval. Omdat zijn veren niet waterafstotend zijn, worden ze nat tijdens het duiken. Door de vleugels te spreiden laat hij ze drogen. Dit gedrag noem je “vleugels spreiden” en het is een van de meest kenmerkende houdingen van de vogel. Waarom heeft de aalscholver dan geen waterafstotende veren? Vermoedelijk zorgt het natter worden van de veren juist voor minder drijfvermogen, waardoor hij makkelijker diep kan duiken.
Aalscholver weetjes over het duiken
De aalscholver is een uitstekende duiker. Hij vangt zijn prooi volledig onder water en kan daarbij aanzienlijke dieptes bereiken. In ondiepe meren duikt hij vaak tot op de bodem, maar in diepere wateren kan hij ook meerdere meters diep gaan. Zijn prooi bestaat voornamelijk uit vis, waaronder aal (vandaar de naam), maar ook andere vissoorten staan op het menu. Hij eet de vis altijd in zijn geheel, met de kop naar voren.
Hij broedt al vanaf december
Wat veel mensen niet weten, is dat de aalscholver vroeg begint met broeden. Soms al in december, afhankelijk van de locatie en het klimaat. De meeste andere vogels beginnen pas in het voorjaar. De broedperiode loopt daardoor door tot ver in het voorjaar. De vogels broeden in kolonies, soms met honderden of zelfs duizenden paren bij elkaar.
Kolonies in bomen én op eilanden
De nesten van de aalscholver zitten in bomen of op beschutte, moeilijk bereikbare plekken zoals eilanden in meren of plassen. Die locaties bieden bescherming tegen roofdieren. Grote broedkolonies zorgen er soms voor dat de bomen waarop de vogels zitten langzaam afsterven. De uitwerpselen van de vogels zijn erg zuur en beschadigen de bast en de bladeren. Rond bekende broedlocaties zie je daardoor soms witte, kale bomen staan.
Zoet én zout water
De aalscholver is niet kieskeurig als het gaat om zijn leefomgeving. Hij komt zowel voor bij zout water (zee, kust, estuaria) als bij zoet water (meren, rivieren, plassen). In Nederland tref je hem dan ook door het hele land aan, van de Waddenkust tot de binnenlandse plassen en rivieren. Die aanpassingsvermogen maakt hem tot een van de meest verspreide watervogels van ons land.
Een sociale vogel met een luide kolonie
Buiten het broedseizoen trekt de aalscholver soms in grote groepen. In kolonies is het constant een drukte van belang: de vogels zijn luidruchtig en communiceren via rauwe, schorre geluiden. Stilte vind je in een aalscholverkolonie dan ook niet. Jonge vogels zijn bruin van kleur en worden pas na een paar jaar volwassen en zwart, met de kenmerkende witte vlekken op de keel en de felle ogen.
Controverse: aalscholvers en de visstand
De aalscholver staat niet bij iedereen in de gunst. Vissers en sportvissers klagen al jaren over de schade die de vogels aanrichten aan de visstand. Een aalscholver eet per dag gemiddeld zo’n 400 tot 600 gram vis. Bij grote kolonies telt dat snel op. Er is in Nederland al langere tijd discussie over beheer van de populatie, waarbij soms ontheffingen worden verleend voor het verjagen of beperken van kolonies. Dat maakt de aalscholver een politiek beladen vogel.
De naam verwijst naar de aal
De naam “aalscholver” bestaat uit twee woorden: “aal” (een ander woord voor paling) en “scholver”, een oud woord voor deze vogelsoort. De vogel stond bekend als een grote eter van aal en kreeg daarom die naam. De wetenschappelijke naam is Phalacrocorax carbo, waarbij “phalacrocorax” uit het Grieks komt en zoiets betekent als “kale raaf”. Dat verwijst naar de zwarte kleur en het naakte gezichtsmasker van de vogel.
De aalscholver is veel meer dan een zwarte vogel die op een paal staat te drogen. Van zijn vroege broedseizoen en zijn duikkunsten tot de controverse rondom de visstand: het is een vogel die opvalt én stof doet opwaaien. Wie hem een keer goed bekijkt langs de waterkant, zal hem daarna snel herkennen.

