Hommels zijn eigenlijk grote, langharige bijen die door hun dichte vacht beter bestand zijn tegen koude temperaturen dan gewone honingbijen. Ze kunnen zelfs hun eigen lichaamstemperatuur opwarmen door hun vliegspieren te trillen, zodat ze eerder in het seizoen actief zijn dan de meeste andere insecten. Hieronder vind je de leukste en meest verrassende hommel weetjes op een rij.
Hommels zijn warmbloedige insecten
De meeste insecten zijn afhankelijk van de buitentemperatuur om actief te worden. Hommels niet. Ze kunnen hun borstspieren snel samentrekken zonder hun vleugels te bewegen, een soort interne sport waarmee ze hun lichaamstemperatuur opkrikken tot wel 30 tot 35 graden Celsius. Daardoor zie je hommels al vroeg in de lente rondvliegen, als het buiten nog maar een graad of tien is.
Ze kunnen vliegen terwijl het eigenlijk “niet kan”
Je hebt misschien wel eens gehoord dat hommels aerodynamisch gezien eigenlijk niet zouden kunnen vliegen. Dat klopt niet, maar de mythe ontstond ooit doordat vroege wetenschappers hun vleugels vergeleken met die van vliegtuigen. Hommels vliegen heel anders: ze slaan snel met kleine vleugels en creëren zo wervels van lucht die hen omhoogduwen. Het werkt prima, alleen op een heel andere manier dan lange tijd werd gedacht.
De koningin begint het nest altijd alleen
In het voorjaar komt een bevruchte hommelkoningin uit haar winterslaap. Ze zoekt zelf een nestplek, verzamelt stuifmeel en nectar, legt eieren en voedt de eerste larven helemaal alleen op. Pas als de eerste werksters uitkomen, neemt zij een stap terug en legt ze zich volledig toe op het eierleggen. Een hommelkolonie begint dus altijd klein: met één dier.
Een hommelkolonie is veel kleiner dan een bijenkast
Honingbijen leven in kolonies van soms wel 50.000 tot 80.000 dieren. Een hommelkolonie is een stuk bescheidener. Afhankelijk van de soort telt een nest aan het einde van het seizoen meestal tussen de 50 en 500 werksters. Dat klinkt weinig, maar voor de bestuiving van bloemen en gewassen maakt het grote verschil: hommels zijn door hun formaat en gedrag vaak effectievere bestuivers dan honingbijen.
Hommel weetjes over hun tong
Hommels hebben een opvallend lange tong vergeleken met hun lichaamsgrootte. Sommige soorten bereiken daarmee bloemen die voor kortere insecten ontoegankelijk zijn, zoals rode klaver. Er zijn zelfs soorten waarbij de tonglengte rechtstreeks is afgestemd op een specifieke bloemsoort. Die afhankelijkheid werkt twee kanten op: verdwijnt de hommelsoort, dan kan de bloem niet meer bestoven worden, en andersom.
Ze slapen soms gewoon op een bloem
Mannetjeshommels, die niet in het nest mogen overnachten, zoeken ’s avonds een bloem op en klemmen zich daar met hun kaken aan vast. Ze kunnen de hele nacht zo blijven hangen, soms met dauw op hun vacht. Het is een van de meer onverwachte hommel weetjes die je kunt opvangen als je ’s ochtends vroeg de tuin in loopt.
Hommels hebben geen wasklieren
Honingbijen produceren bijenwas met speciale klieren en gebruiken dat om hun raten mee te bouwen. Hommels doen dat anders. Ze bouwen hun nest van plantaardig materiaal zoals mos en gras, en maken kleine potjes van bijenwas gemengd met stuifmeel en nectar om hun voedselvoorraden in op te slaan. Het nest ziet er daardoor heel anders uit dan een bijenkorf: rommeliger, organischer en veel minder regelmatig.
Niet alle hommels steken
Werksters en koninginnen kunnen steken, maar doen dat zelden. Een hommel is veel minder agressief dan een wesp en steekt vrijwel alleen als ze zich direct bedreigd voelen. Mannetjeshommels hebben helemaal geen angel en zijn dus volkomen onschadelijk. Je herkent een mannetje vaak aan de langere antennes en het ontbreken van stuifmeelkorfjes op de achterpoten.
Ze communiceren anders dan honingbijen
Honingbijen zijn beroemd om hun bijendans, waarmee ze elkaar de route naar een voedselbron uitleggen. Hommels doen dat niet. Ze gebruiken wel geursporen: als een werkster een goede bloem vindt, laat ze een chemisch signaal achter op de bloem zelf. Andere hommels ruiken dit en gaan eropaf. Het is een eenvoudiger systeem, maar voor een kleine kolonie werkt het goed genoeg.
Hommels zijn in Nederland bedreigd
Nederland telt ruim twintig hommelsoorten, maar een flink aantal daarvan staat inmiddels op de rode lijst. De achteruitgang komt door het verlies van bloemrijke graslanden, het gebruik van pesticiden en de opkomst van ziektes die via commerciële hommelvolken zijn verspreid. De grote aardhommel (Bombus terrestris) is nog algemeen, maar soorten als de paardenbloembij en de veenhommel zijn zeldzaam geworden. Zelf kun je helpen door inheemse bloemplanten te zaaien en een stukje tuin onbeheerd te laten.
Hommels zijn fascinerende dieren die meer kunnen dan je op het eerste gezicht zou denken: ze regelen hun eigen temperatuur, bestuiven bloemen die andere insecten niet bereiken en bouwen nesten van natuurlijk materiaal. Door bloemen te planten en gif zo min mogelijk te gebruiken, geef je ze een eerlijke kans in jouw omgeving.

