Dino weetjes zijn er genoeg, want dinosaurussen zaten vol verrassingen. Ze leefden tussen ongeveer 250 en 66 miljoen jaar geleden op aarde, en ze waren zoveel meer dan de grote, logge monsters die je misschien in films ziet. Van het Griekse woord voor “vreselijk reptiel” tot vogels die vandaag nog rondvliegen: hieronder vind je de meest bijzondere feiten over dino’s.
Wat betekent het woord dinosaurus eigenlijk?
Het woord dinosaurus komt uit het Grieks. Het bestaat uit twee delen: “deinos”, wat “vreselijk” of “angstaanjagend” betekent, en “sauros”, wat “hagedis” of “reptiel” betekent. Samen krijg je dus zoiets als “vreselijk reptiel”. De Britse wetenschapper Richard Owen bedacht deze naam in 1842, toen hij een nieuwe diergroep wilde omschrijven die duidelijk verschilde van gewone reptielen.
Niet elke dinosaurus was ook echt vreselijk groot. Sommige waren niet groter dan een kip. De naam slaat meer op hun bijzondere bouw, met rechtopstaande poten onder het lichaam, dan op hun formaat.
Dino weetjes die de meeste mensen niet weten
- Vogels zijn eigenlijk dino’s. Moderne vogels stammen rechtstreeks af van een groep vleesetende dinosaurussen, de theropoden. Een kip of een mus is technisch gezien een levende dinosaurus.
- T. rex had waarschijnlijk veren. De Tyrannosaurus rex wordt vaak afgebeeld als een gladgeschubd reptiel, maar fossielen wijzen erop dat veel grote vleeseters veren of protoviertjes hadden, in ieder geval als jong.
- Sommige dino’s waren enorm snel. De Velociraptor kon naar schatting zo’n 25 kilometer per uur rennen. Niet zo indrukwekkend als in de film, maar zeker niet langzaam voor een dier van dat formaat.
- De grootste dino’s aten alleen planten. De zwaarste dinosaurussen, zoals de Argentinosaurus, waren planteneters. Zij konden wel 70 tot 80 ton wegen, meer dan tien olifanten bij elkaar.
- Dino-hersenen waren vaak klein. De Stegosaurus had een lichaam zo groot als een bus, maar een brein ter grootte van een walnoot. Slim was hij dus niet bepaald.
- Niet alle grote uitgestorven reptielen zijn dino’s. Vliegende reptielen zoals de Pterosaurus en zeemonsters zoals de Mosasaurus zijn geen dinosaurussen. Ze leefden wel in dezelfde periode, maar horen bij andere diergroepen.
Hoe lang leefden dinosaurussen op aarde?
Dinosaurussen domineerden de aarde gedurende zo’n 185 miljoen jaar. Ter vergelijking: de moderne mens bestaat nog geen 300.000 jaar. Dino’s waren dus veruit één van de succesvolste diergroepen die ooit op aarde hebben geleefd.
Rond 66 miljoen jaar geleden sloeg een enorme meteoriet in op de aarde, in de buurt van het huidige Mexico. De impact veroorzaakte een wereldwijde ramp: stof blokkeerde het zonlicht, temperaturen daalden, en het voedselweb stortte in. Bijna alle dinosaurussen stierven uit, op de voorouders van vogels na.
Wat eten en hoe groot waren dino’s precies?
Er waren drie soorten dinosaurussen naar eetpatroon: vleeseters (carnivoren), planteneters (herbivoren) en alleseters (omnivoren). De meeste grote dino’s die je kent, zoals de Brachiosaurus, waren planteneters. Ze hadden lange nekken om bladeren uit hoge bomen te eten. Vleeseters zoals de T. rex joegen op prooidieren of aten aas.
In formaat liepen dino’s enorm uiteen. De kleinste bekende soort, de Microraptor, was ongeveer 40 centimeter lang, vergelijkbaar met een grote duif. De langste, de Supersaurus, werd naar schatting zo’n 33 tot 34 meter lang, zo lang als drie bussen achter elkaar.
Hoe weten we zoveel over dino’s?
Alles wat we weten over dinosaurussen, komt uit fossielen. Dat zijn overblijfselen van botten, tanden, eieren en soms zelfs huidindrukken die in steen zijn bewaard gebleven. Wetenschappers die fossielen bestuderen heten paleontologen. Ze gebruiken moderne technieken zoals CT-scans en DNA-analyse van nauw verwante dieren om te reconstrueren hoe dinosaurussen eruitzagen, bewogen en leefden.
Elk jaar worden er nieuwe soorten ontdekt. Tot nu toe zijn er meer dan duizend verschillende soorten dinosaurussen beschreven. Wetenschappers denken dat er nog veel meer soorten zijn geweest die we nog niet hebben gevonden, omdat fossielen van zachte lichaamsdelen zelden bewaard blijven.
Dino’s blijven dus verrassen, ook miljoenen jaren na hun uitsterving. En met elke nieuwe fossielenvondst leren we weer iets nieuws over deze bijzondere dieren die de aarde zolang domineerden.

