Slangen zijn fascinerende dieren vol verrassingen. Ze horen geen geluid via oren, ruiken met hun tong en kunnen prooien slikken die groter zijn dan hun eigen hoofd. Of je nu nieuwsgierig bent of gewoon houdt van dierenweetjes: deze feiten over slangen laten zien hoe bijzonder deze reptielen werkelijk zijn.
Slangen weetjes over zintuigen
Slangen hebben geen uitwendige oren. In plaats van geluid op te vangen via de lucht, voelen ze trillingen via hun onderkaak. Die trilling gaat rechtstreeks naar het binnenoor. Zo “horen” ze eigenlijk met hun kaak, niet met een oor.
Hun tong is hun neus. Door snel hun gespleten tong in en uit te steken, vangen slangen geurdeeltjes op uit de lucht. Die brengen ze naar het Jacobsonse orgaan in hun gehemelte, dat de geuren analyseert. Ze ruiken daarmee zelfs links en rechts apart, waardoor ze precies weten uit welke richting een geur komt.
Veel slangen, zoals pythons en ratelslangen, hebben warmtegevoelige putjes rond hun bek. Hiermee detecteren ze de lichaamswarmte van prooidieren in het donker. Ze kunnen temperatuurverschillen van slechts 0,003 graden Celsius waarnemen.
Verrassende feiten over hun lichaam
Slangen kunnen hun kaken enorm ver openzetten. Dat komt doordat de boven- en onderkaak niet vast aan elkaar zitten, maar verbonden zijn met rekbare banden. Zo kan een python een heel hert of een krokodil naar binnen werken. De prooi wordt in één stuk geslikt, nooit gekauwd.
Slangen hebben geen ledematen, maar sommige soorten hebben nog kleine resten van een bekken. Dat zijn de overblijfselen van de poten die hun voorouders miljoenen jaren geleden hadden. Bij boa’s en pythons zijn die rudimentaire botjes soms nog zichtbaar als kleine spoortjes aan de buitenkant.
Hun schubben zijn gemaakt van keratine, hetzelfde materiaal als menselijke nagels. De schubben groeien niet mee. Daarom vervellen slangen regelmatig, soms wel meerdere keren per jaar. Jonge, snel groeiende slangen vervellen vaker dan oude dieren.
Slangen hebben één long die goed werkt, en een tweede die sterk verkleind of bijna afwezig is. Die aanpassing past bij hun langwerpige lichaam, waarin weinig ruimte is voor twee volwaardige longen naast elkaar.
Hoe slangen eten en overleven
Sommige slangensoorten eten slechts een paar keer per jaar. Een grote python kan na een enorme maaltijd maanden zonder voedsel. Dat lukt omdat ze koudbloedig zijn: ze hoeven geen energie te verbranden om hun lichaamswarmte op peil te houden.
Giftige slangen gebruiken hun gif niet alleen om prooi te doden, maar ook voor de spijsvertering. De enzymen in het gif beginnen al met het afbreken van het weefsel terwijl de prooi nog geslikt wordt. Sommige slangen zijn in staat om gifklieren volledig leeg te pompen in één beet; anderen sparen hun gif bewust.
Niet alle slangen die bijten zijn giftig. Van de ongeveer 3.700 slangensoorten ter wereld is minder dan een kwart echt gevaarlijk voor mensen. Veel slangen bijten alleen uit zelfverdediging en zijn verder volkomen onschadelijk.
Bijzondere soorten en gedragingen
De vliegende slang (Chrysopelea) uit Zuidoost-Azië kan zichzelf van boom naar boom zweven. Ze maken hun lichaam plat en kronkelen terwijl ze vallen, waardoor ze een golvende zweefbeweging maken over afstanden van wel tien meter.
De koningscobra is de langste giftige slang ter wereld, met volwassen exemplaren die regelmatig drie tot vier meter lang worden. Opvallend is dat deze soort ook slangen eet, zelfs andere giftige soorten. Ze is grotendeels immuun voor het gif van andere slangen.
Ratelslangen schudden met hun rattelsegment om vijanden te waarschuwen, niet om prooi te lokken. Elk segment komt erbij als de slang vervelt. Een ratel zegt dus niets over de leeftijd, want de snelheid van vervellen verschilt per individu en seizoen.
Sommige slangen spelen dood om roofdieren af te schrikken. De Amerikaanse bekkentandslang (hognose snake) rolt op zijn rug, steekt zijn tong uit en doet daarmee heel overtuigend alsof hij gestorven is, inclusief een onaangename geur die uitscheiding van een dood dier nabootst.
Slangen en mensen
Slangen worden wereldwijd gevreesd, maar de meeste soorten mijden mensen actief. Ze bijten pas als ze zich bedreigd voelen of per ongeluk worden aangeraakt. In de meeste gevallen is een slang al lang gevlucht voordat je haar opmerkt.
In Nederland leven drie inheemse slangensoorten: de adder, de gladde slang en de ringslang. Alleen de adder is licht giftig. Bijten van adders bij mensen zijn zeldzaam en zelden levensbedreigend voor gezonde volwassenen, al is een doktersbezoek altijd verstandig.
Slangen spelen een grote rol in ecosystemen. Ze houden populaties van muizen, ratten en andere kleine dieren in balans. Zonder slangen zouden knaagdieren in veel gebieden explosief in aantal toenemen, met gevolgen voor landbouw en volksgezondheid.
Of je slangen nu fascinerend of eng vindt, één ding is zeker: ze zijn indrukwekkend aangepast aan hun omgeving. Van het voelen van trillingen tot het verslinden van prooien die groter zijn dan zijzelf, slangen laten keer op keer zien dat de natuur veel slimmer is dan je denkt.

