De Tasmaanse duivel is een van de meest fascinerende dieren ter wereld. Dit zwarte, kompacte buidelzoogdier heeft de sterkste beet van alle zoogdieren ter wereld voor zijn lichaamsgrootte, maakt angstaanjagende geluiden en leeft alleen op het Australische eiland Tasmanië. Hieronder vind je de opvallendste weetjes over de Tasmaanse duivel op een rij.
De sterkste beet van alle zoogdieren (voor zijn formaat)
Het meest bekende feit over de Tasmaanse duivel is zijn beet. Voor zijn lichaamsgrootte heeft hij de krachtigste kaken van alle levende zoogdieren. Botten zijn voor hem geen probleem: hij knabbelt ze door alsof het droge twijgjes zijn. Daardoor eet hij zijn prooi of aas volledig op, inclusief botten, vacht en organen. Er blijft letterlijk niets over.
Die krachtige kaken maken hem ook een uiterst efficiënte opruimer in het ecosysteem. Waar andere dieren een karkas half laten liggen, zorgt de Tasmaanse duivel voor een schone tafel. Dat is nuttig voor het milieu: bacteriën en ziektes krijgen minder kans om zich via resten te verspreiden.
Waarom heet hij de “duivel”?
De naam klinkt dramatisch, en dat is hij ook. Vroege Europese kolonisten op Tasmanië hoorden ’s nachts harde, griezelige geluiden uit het struikgewas: schreeuwen, grommen en gillen. Dat waren Tasmaanse duivels die vochten om voedsel of partners. De kolonisten konden de bron niet zien maar waren zo geschrokken dat ze het dier de naam “duivel” gaven. Overdag is het dier een stuk minder spectaculair: dan slaapt hij het grootste deel van de tijd.
Tasmaanse duivel weetjes over zijn uiterlijk en formaat
Een volwassen Tasmaanse duivel is ongeveer zo groot als een kleine hond, vergelijkbaar met een Franse bulldog. Hij weegt gemiddeld tussen de 6 en 12 kilogram. Mannetjes zijn meestal iets groter dan vrouwtjes. Zijn vacht is overwegend zwart, vaak met witte vlekken op de borst of flanken. Die vlekken zijn uniek per dier, net als een vingerafdruk bij mensen.
Opvallend zijn ook zijn oren. Als de Tasmaanse duivel opgewonden of bang is, worden de oren felrood. Dat komt door de toegenomen bloeddoorstroming. Het is een duidelijk signaal dat het dier gestrest is.
Hij is een buidelzoogdier
De Tasmaanse duivel behoort tot de buidelzoogdieren, net als kangoeroe en koala. Vrouwtjes hebben een buidel aan de buikzijde waar de jongen zich na de geboorte naartoe slepen. Bij de geboorte zijn de jongen nog geen centimeter groot en zo kwetsbaar als een muis zonder vel. In de buidel drinken ze melk en groeien ze verder. Opvallend: een moeder kan tot vier jongen tegelijk grootbrengen, maar ze heeft maar vier tepels in haar buidel. Jongen die te laat arriveren, vissen achter het net.
Eenzaat met een slecht humeur
Tasmaanse duivels zijn solitaire dieren. Ze leven en jagen alleen. Alleen bij een groot kadaver komen meerdere exemplaren bij elkaar, en dan gaat het er luidruchtig aan toe. Ze bijten, schreeuwen en duwen om de beste stukken te krijgen. Toch raken ze bij die gevechten zelden ernstig gewond. Ze maken veel lawaai, maar lossen het conflict meestal snel op.
Bedreigd door een besmettelijke kanker
Een van de meest tragische feiten over de Tasmaanse duivel is de ziekte die zijn populatie bedreigt: de duivelsgezichtstumor (Devil Facial Tumour Disease, kortweg DFTD). Dit is een zeldzame, besmettelijke vorm van kanker die van dier op dier wordt overgedragen via beten, iets wat bij andere zoogdieren vrijwel niet voorkomt. De tumoren groeien rond de bek en het gezicht, waardoor het dier uiteindelijk niet meer kan eten. Sinds de ontdekking van de ziekte in de jaren negentig is de wilde populatie sterk afgenomen. Wetenschappers en dierentuinen werken aan programma’s om gezonde dieren te fokken en te beschermen.
Leven en verspreiding
Tot zo’n 3.000 jaar geleden leefde de Tasmaanse duivel ook op het vasteland van Australië. Waarschijnlijk door concurrentie van de dingo en menselijke activiteit verdween hij daar. Nu is Tasmanië het enige plek ter wereld waar hij nog in het wild voorkomt. In dierentuinen buiten Australië is het dier te zien, maar zijn natuurlijke leefgebied is en blijft dit eiland ten zuiden van het Australische vasteland.
In het wild haalt een Tasmaanse duivel gemiddeld 5 tot 6 jaar. In gevangenschap kan dat oplopen tot 8 jaar. Hij is voornamelijk ’s nachts actief en slapst overdag in een hol of dicht struikgewas.
Sneller dan je denkt
Ondanks zijn gedrongen lichaam is de Tasmaanse duivel verrassend snel en beweeglijk. Hij kan korte sprints halen van rond de 25 kilometer per uur. Hij is ook een goede klimmer en zwemmer, wat hem helpt om voedsel te vinden in uiteenlopende terreinsoorten.
De Tasmaanse duivel is kortom een dier vol tegenstrijdigheden: klein maar krachtig, luidruchtig maar solitair, indrukwekkend maar kwetsbaar. Juist die combinatie maakt hem zo bijzonder. Wie meer wil weten over de bescherming van dit dier, kan terecht bij organisaties zoals het Save the Tasmanian Devil Program van de Australische overheid.

