Slakken zijn veel interessanter dan ze op het eerste gezicht lijken. Ze hebben geen man of vrouw nodig om zich voort te planten, ademen via hun huid en kunnen maanden lang in slaap gaan zonder eten. Hieronder vind je de opvallendste weetjes over slakken, van hun bijzondere biologie tot hun verrassende gedrag.
Weetjes over slakken: de basisbiologie
Een slak is tegelijkertijd man én vrouw. Als hermafrodiet beschikt ze over zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Dat betekent dat ze met elke andere slak van dezelfde soort kan paren, zonder dat er een specifieke “mannetjes-” of “vrouwtjesslak” nodig is. Bij veel soorten bevruchten twee slakken elkaar gelijktijdig over en weer.
Slakken behoren tot de weekdieren (Mollusca), dezelfde diergroep als octopussen, mosselen en inktvissen. Dat is misschien lastig voor te stellen als je een tuinslak op een sla-blad ziet zitten, maar de familie is groot en divers.
Het lichaam van een slak bestaat voor een groot deel uit water, soms wel 80 tot 90 procent. Dat verklaart meteen waarom ze zo gevoelig zijn voor droogte en zout. Strooi je zout op een slak, dan trekt het vocht letterlijk uit haar lichaam.
Tanden, ogen en voeten: hoe een slak in elkaar zit
Slakken hebben geen tanden zoals mensen, maar ze hebben wel een rasptong, de radula. Die bestaat uit duizenden kleine tandjes waarmee ze voedsel van oppervlakken afschrapen. Bij sommige soorten zijn het er meer dan 10.000. Dat maakt de slak tot een van de dieren met de meeste “tanden” ter wereld.
De ogen van een slak zitten op de uiteinden van de bovenste voelsprieten. Die ogen zien niet scherp, maar nemen wel licht en beweging waar. De onderste voelsprieten zijn voor tast en geur. Verliest een slak een voelspriet, dan groeit die bij de meeste soorten gewoon weer aan.
Een slak beweegt op één grote spier die haar “voet” wordt genoemd. Via golvende spierbewegingen schuift ze vooruit over een laag slijm die ze zelf produceert. Dat slijm heeft twee functies: het vermindert wrijving en beschermt de voet tegen scherpe ondergronden. Een slak kan zonder moeite over een scheermesje kruipen zonder zich te snijden.
Het slijm van een slak is bijzonder nuttig
Slakkenslijm is niet zomaar kleverig vocht. Het bestaat uit een complex mengsel van eiwitten en suikers en werkt tegelijk als smeermiddel, lijm en beschermlaag. In de cosmetica-industrie wordt slakkenslijm gebruikt in crèmes vanwege de veronderstelde huidherstellende eigenschappen. Of dat daadwerkelijk werkt, is wetenschappelijk nog niet eenduidig bewezen.
Het slijm helpt de slak ook bij communicatie. Slakken volgen elkaars slijmspoor om een partner te vinden of een voedselbron te bereiken. Ze ruiken via dat spoor of een soortgenoot is gepasseerd en hoe lang geleden dat was.
Slakken kunnen maanden slapen
Bij droogte of kou gaat een slak in een soort slaaptoestand, de zogenaamde estivatie (bij droogte) of hibernatie (bij kou). Ze trekt zich terug in haar huis of trekt een droog slijmvliesje over haar lichaamsopening en kan zo maanden zonder eten en drinken overleven. In extreme gevallen zijn slakken gedocumenteerd die vier tot vijf jaar in zo’n slaaptoestand hebben doorgebracht.
Musea hebben zelfs slakken ontvangen die als opgezet exemplaar waren bestempeld, maar na contact met water gewoon weer tot leven kwamen. Dat klinkt ongelooflijk, maar het is een bekend fenomeen bij bepaalde soorten woestijnslakken.
Slakken met en zonder huisje
Niet alle slakken hebben een huisje. Naaktslakken zijn slakken die hun huis in de loop van de evolutie hebben verloren of sterk verkleind hebben. Ze zijn daardoor mobieler, maar ook kwetsbaarder. Het huisje van een huisjesslak bestaat uit kalk en groeit mee met het dier. Het is geen apart voorwerp dat de slak draagt, maar letterlijk een deel van haar lichaam.
De spiraaldraaiing van het huisje is vrijwel altijd met de klok mee (rechtsdraaiend). Links draaiende huisjes zijn zeldzame uitzonderingen en worden in Japan zelfs als geluksbrengers beschouwd. In 2016 werd een links draaiende tuinslak genaamd Jeremy wereldnieuws, omdat wetenschappers een partner voor haar zochten.
Slakken in cijfers
- Er zijn wereldwijd naar schatting meer dan 60.000 soorten slakken, op het land en in het water.
- Een tuinslak beweegt gemiddeld 0,05 kilometer per uur.
- De levensduur varieert sterk per soort: een gewone tuinslak leeft ongeveer 2 tot 5 jaar, sommige slakken in gevangenschap kunnen 25 jaar oud worden.
- De grootste landslak ter wereld is de Afrikaanse reuzenslak (Achatina fulica), die tot 30 centimeter lang kan worden.
- Slakken zijn koudbloed en worden actiever naarmate het warmer en vochtiger is.
Vijanden en verdediging
Slakken staan op het menu van tientallen diersoorten: egels, mollen, lijsters, kikkers, salamanders en zelfs bepaalde insecten eten ze. De lijster is bekend vanwege zijn techniek: hij smijt het huisje van een huisjesslak kapot tegen een steen, de zogenaamde “aambeeldstenen” die je in tuinen kunt vinden omringd door schervenhopen.
Naaktslakken hebben als verdediging hun slijm. Bij gevaar produceren ze soms extra dikke, taaie slijmlagen die predatoren afschrikken of hun mond kleven. Sommige soorten hebben bovendien een onaangename smaak door stoffen die ze via hun voeding opnemen.
Slakken zijn al meer dan 500 miljoen jaar op aarde aanwezig. Ze zijn ouder dan de dinosauriërs en hebben vijf grote massa-uitstervingen overleefd. Dat alleen al maakt ze tot een van de meest succesvolle diergroepen op aarde, hoe onopvallend ze in je tuin ook mogen lijken.

