De merel is een van de meest verrassende vogels die je in Nederland en België tegenkomt. Zo zingt alleen het mannetje zijn melodieuze lied, en is de vrouw helemaal niet zwart maar bruin. Toch kent de meeste mensen de merel vooral als “die zwarte vogel met de gele snavel”. Er valt veel meer over te ontdekken dan je op het eerste gezicht zou verwachten.
Merel weetjes: de basis die je misschien niet wist
De merel (Turdus merula) behoort tot de lijsterfamilie. Wat veel mensen verrast: het is geen kraaiachtige, ondanks de zwarte kleur van het mannetje. Het vrouwtje is donkerbruin tot roodbruin, met een gespikkelde borst, en lijkt daardoor op een heel andere soort. Jonge merels zien er ook gevlekt uit, net als een kleine lijster.
De gele snavel van het mannetje is echt opvallend geel tot oranjegeel. Die kleur wordt feller naarmate het mannetje ouder en gezonder is. Een mannetje met een bleke, doffe snavel is vaak een jonge of zwakkere vogel. De snavel van het vrouwtje is donkerder van kleur.
De merel zingt alleen in de ochtend? Dat klopt niet helemaal
Merels staan bekend om hun vroege gezang, maar ze zingen vrijwel de hele dag door. Ze zijn zelfs een van de eersten die ’s ochtends beginnen, soms al voor zonsopgang. Dit vroege zingen maakt de merel een van de vaste deelnemers aan het “ochtendkoor” van vogels. In de stad beginnen merels gemiddeld vroeger dan op het platteland, waarschijnlijk doordat kunstlicht hen activeert.
Alleen het mannetje zingt uitgebreid. Het doet dat om zijn territorium aan te geven en om vrouwtjes aan te trekken. Elk mannetje heeft zijn eigen unieke melodie, opgebouwd uit tonen die hij gedeeltelijk heeft geleerd van andere merels. Jonge mannetjes kopiëren stukken zang van oudere vogels en voegen daar eigen variaties aan toe.
Van bosvogel naar stadsvogel
Oorspronkelijk leefde de merel in bossen. Pas in de negentiende eeuw begon hij steden en dorpen te veroveren. Dat was een opvallende verschuiving: stadse merels gedragen zich meetbaar anders dan hun soortgenoten op het platteland. Ze zijn minder schuw, hebben een ander dagritme en passen hun zang aan het stadsgeluid aan door harder en hoger te zingen. Zo onderscheidt hun lied zich van verkeerslawaai.
Tegenwoordig is de merel een van de meest voorkomende vogels in tuinen, parken en straten. Bij vogeltellingen, zoals de Nationale Tuinvogeltelling in Nederland en België, eindigt de merel regelmatig in de top 10 van meest getelde soorten.
Wat eet een merel?
Merels zijn alleseters. Ze zoeken het grootste deel van hun voedsel op de grond: regenwormen, insecten, slakken en bessen. De typische houding van een merel die zijn kop schuin houdt op het gazon, is geen manier om te luisteren. Wetenschappers denken dat hij één oog op de grond richt om beweging te zien, omdat vogelogen aan de zijkant van de kop zitten.
In de herfst en winter eet de merel veel bessen: lijsterbessen, hulstbessen en klimopbessen staan hoog op het menu. Daarmee verspreidt hij ook zaden, wat hem een nuttige rol geeft in de natuur. Als je wil dat merels jouw tuin bezoeken, zijn rijpe appels op de grond een beproefd middel.
Broeden: meerdere nesten per jaar
Een merelkoppel broedt meerdere keren per seizoen, soms wel drie of vier keer tussen maart en juli. Het vrouwtje bouwt het nest zelf, van gras, twijgjes en modder, meestal op een beschutte plek in een struik of een klimplant. Ze legt doorgaans drie tot vijf eieren per legsel. De broedtijd duurt ongeveer twee weken, en de jongen verlaten het nest na nog eens twee weken, maar worden daarna nog een tijdje gevoerd door de ouders.
Dat levert veel jonge merels op per jaar, maar de overleving is laag. Veel nesten worden geplunderd door katten, eksters of kraaien. Van de jongen die uitvliegen, haalt slechts een deel het volgende voorjaar.
Bijzonder: witte en albino merels
Witte of gedeeltelijk witte merels komen vaker voor dan bij andere vogelsoorten. Dit is meestal geen echte albinisme maar gedeeltelijk pigmentverlies (leucisme). Zulke vogels vallen op door witte vlekken in het zwarte verenkleed. Een volledig witte merel met gele snavel en donkere ogen is zeldzamer, maar wordt af en toe gemeld in tuinen. Echte albino merels hebben roze ogen en een lichtgekleurde snavel.
Snelle feiten op een rij
- Gewicht: ongeveer 80 tot 125 gram
- Lichaamslengte: ongeveer 24 tot 27 centimeter
- Levensduur in het wild: gemiddeld 2 tot 3 jaar; oudste geringde exemplaren bereikten ruim 5 jaar
- Het mannetje is zwart met een gele snavel; het vrouwtje is bruin
- Alleen het mannetje zingt uitgebreid
- Merels slapen ’s nachts en zijn overdag actief
- Ze kunnen goed omgaan met mensen en zijn relatief weinig schuw in tuinen
De merel is een vogel die zijn aanwezigheid nauwelijks verbergt: je hoort hem voor je hem ziet. Wie eenmaal weet hoe zijn zang klinkt en welk gedrag hij vertoont, ontdekt steeds meer details die deze alledaagse tuingast eigenlijk bijzonder maken.

