De ijsvogel is een van de meest opvallende vogels van Nederland, en er valt veel meer over hem te weten dan alleen zijn felle kleuren. Hij is kleiner dan je denkt, hij poetst zich meerdere keren per dag en zijn snavel is een precisie-instrument. Hieronder vind je de leukste en meest verrassende ijsvogel weetjes op een rij.
IJsvogel weetjes: de basis die veel mensen niet weten
De ijsvogel (Alcedo atthis) lijkt groot als je hem ziet, maar hij is in werkelijkheid maar zo groot als een huismus. Zijn lichaam is compact, zijn kop relatief groot en zijn snavel lang. Dat kleine formaat maakt het extra bijzonder hoe opvallend hij is.
Zijn naam heeft trouwens niets met ijs te maken. “IJs” is een verbastering van het oudere woord “ijser”, wat glinsteren of blinken betekent. De naam verwijst dus gewoon naar zijn glinsterende verenkleed, niet naar het seizoen of bevroren water.
Zijn kleuren zijn een optische truc
De felblauwe rug van de ijsvogel bevat geen blauwe pigmenten. De blauwe kleur ontstaat door lichtbreking in de structuur van de veren, hetzelfde principe als een zeepbel. Wanneer licht de veren raakt, weerkaatst het op een manier die blauw zichtbaar maakt. Draai de vogel anders en de kleur verandert mee. De oranje buik heeft wél een echte pigmentkleur.
Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar, maar er is één verschil: het vrouwtje heeft een oranje-rode onderkant aan de snavel, het mannetje heeft een volledig zwarte snavel. Zo kun je ze toch uit elkaar houden.
Een poetsbeurt van 20 minuten
De ijsvogel is opvallend zorgvuldig met zijn verenkleed. Hij poetst en kamt zich meerdere keren per dag, en één zo’n poetsbeurt kan wel 20 minuten duren. Hij doet dat grondig: veer voor veer wordt langs de snavel gehaald. Een verzorgd verenkleed is voor hem geen luxe, want zijn waterafstotende veren zijn onmisbaar bij het vissen.
Hij duikt met gesloten ogen
Bij het duiken in het water sluit de ijsvogel zijn ogen. Hij heeft een doorzichtig vliesje (het derde ooglid, de nictiterende membraan) dat zijn ogen beschermt als hij het water raakt. Toch treft hij zijn prooi vrijwel altijd raak. Dat lukt omdat hij de positie van de vis al vóór de duik precies heeft berekend, ook met correctie voor de lichtbreking aan het wateroppervlak.
De duik zelf duurt minder dan een seconde. Daarna vliegt hij terug naar zijn tak, slaat de vis een paar keer tegen de tak dood en slijkt hem met de kop vooruit door. Op die manier schuiven de schubben en vinnen mee in de juiste richting.
Zijn snavel is gebouwd als een harpoen
De snavel van de ijsvogel is niet zomaar lang en puntig. Hij heeft een speciale vorm die weerstand in het water minimaliseert. Ingenieurs van de Japanse hogesnelheidstrein Shinkansen lieten zich door precies deze snavelvorm inspireren om de drukgolf bij het binnenkomen van tunnels te verminderen. De Shinkansen werd daarna stiller en verbruikte minder energie.
Hij graaft zijn eigen nesttunnel
De ijsvogel broedt niet in een nestje in een boom, maar in een tunnel die hij zelf graaft in een steile oever, meestal vlak boven het water. Die tunnel is doorgaans 50 tot 90 centimeter lang en eindigt in een broedkamer. Zowel het mannetje als het vrouwtje graaft mee, met de snavel als schop. Het duurt ongeveer twee weken voor de tunnel klaar is.
In die broedkamer liggen de eieren op een vloertje van opgespuugde visgraten en schubben. Dat ruikt behoorlijk, maar de kuikens trekken zich er niets van aan.
Meerdere legsels per jaar
Een ijsvogelkoppel kan twee tot drie legsels per jaar grootbrengen, elk met zes tot zeven eieren. De jongen zijn na ongeveer drie weken uitgevlogen. Zodra ze zelfstandig zijn, worden ze door de ouders het territorium uitgejaagd. Het broedpaar zelf kan daarna meteen beginnen met een volgend legsel.
Ondanks die hoge reproductie is de gemiddelde levensverwachting van een ijsvogel maar ongeveer twee jaar. Harde winters zijn de grootste bedreiging: als het water dichtvriest, kan de vogel niet meer vissen en verhongert hij snel.
Een uitstekend territoriumgevoel
De ijsvogel is een eenling buiten het broedseizoen. Hij verdedigt een stuk oever van soms wel vier kilometer als zijn eigen visgebied en duldt geen soortgenoten in zijn buurt, ook geen partner. Pas in het voorjaar worden rivalen tijdelijk getolereerd om te broeden. Zelfs dan heeft elk dier zijn eigen plek langs het water.
Hij was bijna uitgestorven in Nederland
In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw stond de ijsvogel er slecht voor in Nederland. Waterverontreiniging zorgde ervoor dat er nauwelijks vis meer te vangen was. Na verbetering van de waterkwaliteit, mede dankzij strengere milieuwetten, herstelde de populatie zich gelukkig. Harde winters kunnen de populatie nog steeds flink terugzetten, maar in mildere jaren herstelt de stand zich snel door de vele legsels.
Zijn vliegsnelheid valt op door zijn kleur
De ijsvogel vliegt laag en snel over het water, meestal in een rechte lijn. Op die manier is hij eerder een felle blauwe flits dan een vogel die je rustig kunt bewonderen. Veel mensen zien hem voor het eerst precies zo: een korte, felle streep blauw-oranje langs de waterkant. Sta je stil en rustig aan de oever, dan is de kans groter dat hij op een tak blijft zitten en je de tijd geeft om hem echt te bekijken.
De ijsvogel combineert schoonheid met een indrukwekkend stel aanpassingen. Van zijn lichtbrekende veren tot zijn waterafstotende ogen en zijn zelfgegraven nesttunnel: hij is een stuk interessanter dan zijn uiterlijk alleen al doet vermoeden. Ga je binnenkort langs een rustige sloot of beek, kijk dan laag boven het water. De kans op die blauwe flits is groter dan je denkt.

