Orang-oetans zijn de grootste boombewoners op aarde en behoren tot onze naaste verwanten in het dierenrijk. Ze leven vrijwel hun hele leven hoog in de bomen van de regenwouden op Borneo en Sumatra, en ze zijn slimmer, socialer en fascinerende dan de meeste mensen denken. Hieronder lees je de meest opvallende weetjes over de orang-oetan, van hun eetgedrag tot hun verrassende intelligentie.
Er zijn drie soorten orang-oetans
Lang dachten wetenschappers dat er twee soorten orang-oetans bestonden: de Borneose orang-oetan (Pongo pygmaeus) en de Sumatraanse orang-oetan (Pongo abelii). In 2017 werd officieel een derde soort erkend: de Tapanuli-orang-oetan (Pongo tapanuliensis). Deze laatste leeft in een klein gebied in Noord-Sumatra en is meteen de bedreigdste mensaap ter wereld. Naar schatting leven er nog maar zo’n 800 individuen van deze soort.
De naam betekent “mens van het woud”
Het woord “orang-oetan” komt uit het Maleis en Indonesisch: “orang” betekent mens en “utan” betekent woud. De naam is dan ook precies wat hij belooft: een mens van het woud. Inheemse volkeren op Borneo en Sumatra beschouwden de orang-oetan van oudsher als een dier dat erg dicht bij de mens staat, en dat klopt genetisch ook.
We delen ruim 96% van ons DNA
Mensen en orang-oetans delen naar schatting zo’n 96 tot 97% van hun DNA. Daarmee zijn ze na chimpansees en bonobo’s onze naaste verwanten in het dierenrijk. Die genetische verwantschap is goed zichtbaar in hun gedrag: orang-oetans gebruiken werktuigen, lossen problemen op en leren van elkaar, net zoals mensen dat doen.
Ze eten met handen én voeten
Orang-oetans hebben vier handen in plaats van twee handen en twee voeten. Hun voeten zijn zo flexibel dat ze er mee kunnen grijpen, vasthouden en zelfs eten mee naar hun mond brengen. Dit maakt het leven in de bomen een stuk makkelijker: ze kunnen zich tegelijkertijd vasthouden en hun eten manipuleren, zonder ooit naar de grond te hoeven.
De grootste boombewoners op aarde
Volwassen mannelijke orang-oetans kunnen tot wel 90 kilogram wegen. Toch brengen ze het grootste deel van hun leven door hoog in de boomtoppen. Dat maakt ze uniek: geen ander groot zoogdier op aarde leeft zo volledig in de bomen. Ze verplaatsen zich door te slingeren en klimmen, en ze slapen elke nacht in een nieuw nest van takken en bladeren dat ze zelf bouwen.
Ze bouwen elke nacht een nieuw nest
Orang-oetans maken elke avond opnieuw een slaapnest in de bomen. Ze buigen takken en bladeren tot een stevige, comfortabele slaapplaats op hoogte. Jonge orang-oetans leren dit gedrag van hun moeder. Wetenschappers kunnen uit de aanwezigheid van oude nesten opmaken hoeveel orang-oetans er in een bepaald gebied leven.
Moeder en kind zijn jarenlang onafscheidelijk
Orang-oetans hebben de langste jeugdperiode van alle dieren na de mens. Een jong blijft tot zijn zevende of achtste jaar bij de moeder. In die tijd leert het jong alles wat het nodig heeft: welk voedsel eetbaar is, hoe je een nest bouwt en hoe je door de bomen beweegt. Daarna duurt het nog jaren voordat vrouwtjes zelf weer een jong krijgen. Ze baren gemiddeld één jong per zeven tot negen jaar, waardoor de populatie maar heel langzaam groeit.
Orang-oetan weetjes over hun dieet
Orang-oetans zijn alleseters, maar fruit is verreweg hun favoriete voedsel. Ze kennen hun leefgebied zo goed dat ze precies weten welke bomen op welk moment van het jaar vrucht dragen. Naast fruit eten ze ook bladeren, schors, insecten en af en toe vogeleieren. Ze hebben een sterke voorkeur voor de doerian, een vrucht met een uitgesproken geur die door mensen als soms onaangenaam wordt ervaren.
Ze gebruiken gereedschap
Orang-oetans gebruiken takjes om insecten uit smalle holtes te vissen, grote bladeren als paraplu tijdens een regenbui en bladeren als handschoenen om stekelige vruchten vast te pakken. Dit gereedschapsgebruik is niet aangeboren: jonge orang-oetans leren het door hun moeder te observeren. Dat cultureel doorgeven van kennis is iets dat mensen en orang-oetans delen.
Mannen met en zonder wangkussens
Volwassen mannelijke orang-oetans kunnen grote, vlezige wangkussens ontwikkelen, zogenaamde flanges. Niet elke man ontwikkelt deze. Mannen met flanges zijn dominant en produceren een luid, doordringend geluid dat “long call” heet. Dit geluid is kilometers ver te horen en dient om andere mannen te waarschuwen en vrouwtjes aan te trekken. Mannen zonder flanges kunnen jaren in die tussenstatus blijven voordat ze (soms plotseling) toch doorgroeien.
Ze communiceren op bijzondere manieren
Naast de long call van mannen communiceren orang-oetans op meer subtiele manieren. Ze gebruiken gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en geluidjes om hun stemming te uiten. Jonge orang-oetans in gevangenschap hebben aangetoond dat ze in staat zijn om nieuwe geluiden te imiteren, wat onderzoekers meer inzicht geeft in hoe menselijke taal zich ooit heeft kunnen ontwikkelen.
Ze zijn ernstig bedreigd door ontbossing
Alle drie de soorten orang-oetans staan op de Rode Lijst van de IUCN als (kritisch) bedreigd. De grootste bedreiging is het verlies van hun leefgebied door ontbossing, palmolieplantages en illegale houtkap. Orang-oetans hebben grote stukken ongerept regenwoud nodig om te overleven. Het WWF en andere organisaties zetten zich in voor de bescherming van deze gebieden en het herstel van vernielde bossen.
Orang-oetans zijn in veel opzichten een spiegel van onszelf: slim, gevoelig en sociaal. Tegelijkertijd zijn ze kwetsbaar en afhankelijk van regenwouden die onder grote druk staan. Hoe meer je over hen weet, hoe duidelijker het is waarom hun bescherming zo urgent is.

