Aardbevingen zijn een van de krachtigste natuurverschijnselen op aarde, en er valt veel meer over te zeggen dan alleen “de grond trilt”. Zo vinden er wereldwijd naar schatting meer dan een miljoen aardbevingen per jaar plaats, al zijn de meeste zo zwak dat je ze niet voelt. De bekende weetjes over aardbevingen zijn vaak maar het topje van de ijsberg.
Hieronder vind je een overzicht van opvallende en weinig bekende feiten, van de oorzaken tot de gevolgen en alles daartussenin.
Hoe ontstaan aardbevingen eigenlijk?
De aarde bestaat uit grote stukken gesteente die je tektonische platen noemt. Die platen bewegen langzaam ten opzichte van elkaar, soms een paar centimeter per jaar. Op de plekken waar platen elkaar raken, kan spanning opbouwen. Wanneer die spanning te groot wordt, breekt het gesteente plots. Dat is het moment van een aardbeving: energie schiet vrij in de vorm van seismische golven die door de aarde reizen.
De plek waar een aardbeving begint, diep in de aarde, heet het hypocentrum of de haard. Recht daarboven, aan het aardoppervlak, ligt het epicentrum. Dat is de plek die je op kaarten ziet bij berichtgeving over aardbevingen. Hoe dichter het hypocentrum bij het oppervlak ligt, hoe meer schade een beving kan aanrichten bij gelijke kracht.
Verrassende weetjes over aardbevingen die weinig mensen kennen
- De aarde beeft constant. Seismografen registreren wereldwijd voortdurend trillingen. Alleen de zware bevingen (boven magnitude 5) zijn gevaarlijk; de rest is nauwelijks meetbaar zonder apparatuur.
- Niet alleen plaatranden zijn gevaarlijk. Aardbevingen kunnen ook midden op een tektonische plaat optreden, op plekken die ver van een plaatrand liggen. Dit noem je intraplataardbevingen.
- De zwaarste aardbeving ooit gemeten vond plaats in Chili in 1960, met een magnitude van 9,5. Dit is algemeen erkend als het krachtigste seismische event in de moderne meetgeschiedenis.
- Aardbevingen kunnen ook onder water plaatsvinden. Dit heet een zeebeving. Als zo’n beving sterk genoeg is, kan die een tsunami veroorzaken, een golf die duizenden kilometers ver kan reizen.
- Dieren reageren soms vóór een aardbeving. Er zijn wereldwijd waarnemingen van vreemde diergedragingen vlak voor een beving, zoals slangen die hun winterslaap vroeg verlaten of honden die onrustig worden. Wetenschappelijk bewijs hiervoor is nog niet sluitend, maar het onderzoek loopt.
- Mensen veroorzaken ook aardbevingen. Activiteiten zoals mijnbouw, waterreservoirs vullen of aardgas winnen kunnen de spanning in de ondergrond beïnvloeden en bevingen uitlokken. Dit heet geïnduceerde seismiciteit. In Nederland is dat bekend door de gaswinning in Groningen.
- Na een zware aardbeving volgen naschokken. Die kunnen soms weken of maanden aanhouden en zijn soms zelf ook zwaar genoeg om schade aan te richten.
- Mars heeft ook aardbevingen. Ze heten “Marsquakes”. De NASA-lander InSight mat deze trillingen op Mars vanaf 2018.
Hoe meten wetenschappers de kracht van een aardbeving?
De meest gebruikte maatstaf is de momentmagnitudeSchaal (Mw), die de schaal van Richter grotendeels heeft vervangen. Het gaat om een logaritmische schaal: een beving van magnitude 6 is tien keer krachtiger dan een van magnitude 5 in termen van grondbeweging, en geeft ruwweg 32 keer meer energie vrij. Een beving van magnitude 7 is daarmee al honderd keer krachtiger dan magnitude 5.
Naast magnitude gebruiken wetenschappers ook de intensiteitsschaal (zoals de EMS-schaal in Europa) om te beschrijven hoe sterk mensen de beving op een bepaalde plek voelden. Dat is iets anders dan de magnitude: een beving in een dunbevolkt gebied kan zwaar zijn op de schaal maar weinig impact hebben, terwijl een minder zware beving vlak onder een stad enorme schade aanricht.
Landen en regio’s met de meeste aardbevingen
De meeste aardbevingen vinden plaats in de zogenoemde “Ring of Fire”, een gordel rondom de Stille Oceaan die Japan, de Filipijnen, Nieuw-Zeeland, de westkust van Noord- en Zuid-Amerika en andere gebieden omvat. Naar schatting vindt zo’n 90% van alle aardbevingen wereldwijd in of nabij deze zone plaats.
Japan is één van de landen met de hoogste bevingenfrequentie ter wereld. Tokio heeft mede daardoor strikte bouwregels en een goed georganiseerd waarschuwingssysteem. Ook Turkije, Iran, Italië en Indonesië worden regelmatig getroffen door zware bevingen.
Kun je een aardbeving voorspellen?
Dit is een van de lastigste vragen in de geologie. Kort antwoord: nee, niet betrouwbaar. Wetenschappers weten wél welke gebieden risicovol zijn, maar kunnen niet precies zeggen wanneer een beving zal plaatsvinden. Er is geen methode die dat consistent en nauwkeurig doet. Seismologen werken wel aan vroegwaarschuwingssystemen, die een signaal kunnen geven seconden tot minuten vóór de schokgolven een plek bereiken. Japan heeft zo’n systeem al operationeel. Dat is echter geen voorspelling, maar een waarschuwing ná het begin van de beving.
Aardbevingen blijven onvoorspelbaar en krachtig, maar hoe meer je erover weet, hoe beter je begrijpt wat er speelt als de grond beweegt. Van de gaswinning in Groningen tot de Ring of Fire en Marsquakes: aardbevingen gaan ons allemaal aan, ook als je er dagelijks niets van merkt.

