De mol is een van de meest verrassende dieren in je tuin. Zo heeft één mol een territorium van 400 tot 2.500 vierkante meter, wat betekent dat alle molshopen in een gemiddelde tuin vaak door slechts één dier zijn gemaakt. Hieronder vind je de leukste en meest verrassende weetjes over de mol op een rij.
Weetjes over de mol: wat maakt dit diertje zo bijzonder?
De mol (Talpa europaea) leeft bijna zijn hele leven onder de grond. Hij is blind in de zin dat zijn ogen nauwelijks licht waarnemen, maar dat maakt hem niets uit. Zijn wereld bestaat volledig uit tunnels, trillingen en geuren. Hij heeft geen last van duisternis, want die is er voor hem altijd al.
Zijn lichaam is perfect gebouwd voor het graafwerk. De voorpoten zitten zijwaarts aan het lichaam bevestigd, als twee kleine schoppen. Daardoor kan de mol met verbazingwekkende kracht door de grond duwen. Zijn bont is bijzonder zacht en staat in alle richtingen overeind, zodat hij moeiteloos zowel vooruit als achteruit door een tunnel kan bewegen.
Indrukwekkende graafprestaties
Een mol kan per dag tot wel 20 meter nieuwe tunnel graven. Dat klinkt misschien niet veel, maar voor een dier van ongeveer 70 tot 130 gram is het een enorme prestatie. De tunnels dienen als vangnet voor regenwormen, die er doorheen vallen en dan door de mol worden gegeten. Een mol heeft dagelijks zo’n 40 tot 50 gram voedsel nodig, bijna de helft van zijn eigen lichaamsgewicht.
De molshopen die je in de tuin ziet, zijn geen nesten maar afvalstortplaatsen. De mol gooit de losgegraven aarde gewoon naar boven. Het nest zelf zit dieper, vaak onder een grote hoop die de “mollenburcht” wordt genoemd.
De mol slaapt amper en eet veel
Een mol kent geen dag-nachtritme zoals wij. Hij wisselt om de drie à vier uur slapen en actief zijn af, dag en nacht. Dat maakt hem moeilijk te voorspellen en bijna onmogelijk te betrappen. Hij is solitair en zeer territoriaal: een andere mol in zijn gebied wordt snel verjaagd.
Regenwormen zijn zijn favoriete prooi. Soms bijt de mol een worm in de kop zodat hij verlamd raakt maar niet doodgaat. Zo legt hij een levende voorraad aan in speciale voorraadkamers in zijn tunnelstelsel. Er zijn gevallen bekend waarbij zo’n voorraadkamer tientallen levende wormen bevatte.
Feiten die de meeste mensen niet weten
- De mol heeft meer rode bloedcellen dan de meeste zoogdieren. Daardoor kan hij goed omgaan met de koolstofdioxide in zijn ondergrondse tunnels, waar weinig zuurstof is.
- Zijn speeksel bevat een stof die wormen verlamt zonder ze te doden, handig voor de levende voorraadkamer.
- Mollen zijn uitstekende zwemmers. Ze kunnen rivieren en sloten oversteken als ze dat nodig vinden.
- Een mol leeft gemiddeld twee tot drie jaar in het wild.
- Vrouwtjesmollen dragen hun jongen gemiddeld vier weken. Een worp bestaat uit drie tot vijf jongen.
- Jonge mollen verlaten na zes tot acht weken het nest en moeten dan snel een eigen territorium veroveren. Dat is de gevaarlijkste periode in hun leven.
- De mol heeft geen uiterlijke oren. Zijn gehoor verloopt via trillingen in de grond die hij met zijn snuit en voorpoten oppikt.
- Zijn snuit is bedekt met speciale zintuigorganen (de zogenoemde Eimer-organen) waarmee hij tast, warmte en elektrische signalen waarneemt.
Eén mol, al die hopen?
Veel tuinbezitters denken dat ze last hebben van meerdere mollen tegelijk. Dat klopt zelden. Eén mol bewaakt een territorium van 400 tot 2.500 vierkante meter en verdedigt dat actief. Alle molshopen in een normale tuin zijn dus vrijwel altijd het werk van één enkel dier. Dat dier graaft, slaapt, eet en hergraaft hetzelfde gebied telkens opnieuw.
Pas in het voorjaar, tijdens de paartijd in februari en maart, lopen mollen tijdelijk door elkaars territorium. Daarna gaat ieder weer zijn eigen weg.
Mol in de tuin: vriend of vijand?
De mol eet geen plantenwortels. Alle schade aan planten in de buurt van molshopen komt door de losgemaakte aarde en niet doordat de mol aan de wortels knabbelt. Dat doet de woelmuis, die vaak ten onrechte voor de mol wordt aangezien. De mol eet uitsluitend dierlijk voedsel zoals wormen, larven en insecten.
Tegelijk luchten de tunnels de bodem en verbeteren ze de afwatering. Vanuit dat oogpunt is de mol eerder een bondgenoot van de tuin dan een plaagdier, ook al ziet je gazon er even anders over.
De mol is dus een slim, sterk en goed aangepast dier dat ondergronds een heel eigen leven leidt. Wie de volgende keer een molshoop ziet, weet nu dat er waarschijnlijk één klein beestje van minder dan een ons achter zit dat dagelijks meters grond verzet.

